|
zo 12-07-2026 10:00
Kerkdienst ![]()
Voorganger:
ds. J.J.G. den Boer (Ede) Bevestiging ambtsdragers Organist: J. Mateman
zo 12-07-2026 16:30
Kerkdienst ![]()
Voorganger:
ds. J.J.G. den Boer (Ede) Organist: A. Vierbergen
zo 19-07-2026 10:00
Kerkdienst ![]()
Voorganger:
ds. J.J.G. den Boer (Ede) Organist: A. Mateman
zo 05-07-2026 16:30
Kerkdienst ![]()
Voorganger:
ds. J.J.G. den Boer (Ede) Thema: Een gebed om te onderscheide... Organist: J. Mateman
zo 05-07-2026 10:00
Kerkdienst ![]()
Voorganger:
ds. J.C. Breugem (Ede) Thema: Hoe de lamp blijft branden Organist: H. Dannenberg |
“…Hij neigt Zijn oor…”
Psalm 116: 2
Psalm 116 heeft iets heel teders. De HEERE neigt Zijn oor. Hij maakt Zich klein om ons gestamel en gefluister op te vangen. Het is natuurlijk beeldtaal, maar wel raak verwoord. Zo heeft de dichter de HEERE leren kennen: als een reddend God, omdat Hij hoort wanneer de banden van de dood verstrikken. Daarmee drukt de Psalm Gods diepe betrokkenheid en Zijn bevrijdend komen tot de mens in nood uit.
In de Bijbel lijkt dit het refrein te zijn: God hoort de mens in de crisis. Hij hoort Ismaël onder de struik, wanneer Hagar het lijden van haar zoon niet meer kan aanzien. Hij hoort Israël in Egypte en denkt aan Zijn verbond. En in het Nieuwe Testament getuigt Stefanus vlak voor zijn sterven van deze God. In Christus is deze horende God mens geworden. Zijn ontferming wordt meestal beschreven door te benadrukken dat Hij zag. Maar Hij hóórt de blinde Bartimeüs, die langs de kant van de weg steeds harder roept: “Zoon van David, ontferm U over mij!” (Mark. 10:47) Zij horen en roepen elkaar. De Heere daalt letterlijk af naar het niveau waarop wij zijn. Hij hoort de Romeinse centurio die stamelt: “Heere, doe geen moeite... maar spreek een woord.” (Luk. 7:6-7) En Jezus verwondert Zich over zo veel geloof. Zij hebben van God gehoord, bij hen is werkelijkheid geworden waar de HEERE Zelf toe oproept: “Hoor, Israël.” En vanuit dat horen leren zij ook roepen. Daarom komen we ook als gemeente iedere zondag twee keer samen rondom het Woord. Daar gebeurt het. Daar leren we luisteren naar het Woord, zodat we met dat Woord terug kunnen komen bij God die hoort. Maar de Heere hoort niet alleen ons bidden. Hij hoorde het ook toen Zijn leerlingen (ze dachten buiten gehoorafstand te zijn) een woordenwisseling hadden over wie de belangrijkste was.
Vandaag hoort Hij de onenigheid in ons kerkverband. Hij hoort onze Babylonische spraakverwarring, we verstaan elkaar niet meer. Die eenheid is verloren gegaan. Als we proberen in te denken wat Gods oor vandaag de dag bereikt, waar Hij Zijn oor nu toe neigt, wat zou dat dan zijn? Dat zal meer zijn dan de problemen in onze kerk. Is het niet ook het gekerm uit Afrika? Hij hoort de nood van dagloners wereldwijd, van wie het geld op onze rekeningen bleef staan. Gekerm waar wij ons voor afsluiten door hekken om Europa te zetten, of door onze koptelefoons op noise-canceling te zetten. Koptelefoons waarvan de batterijen deels zijn gemaakt met kobalt dat is gewonnen in mijnen waar kinderen en volwassenen werken onder erbarmelijke omstandigheden. Terwijl we ondertussen genieten van koffie en cacao van plantages waar boerengezinnen leven op de armoedegrens. Wat hoort Hij nu? Hij hoort de AZC-protesten in ons land omdat “gelukzoekers” naar Europa komen. Maar wat zoeken ze? Geluk, of achtergehouden loon? Misschien hoort God ons ook wel bidden: “vergeef ons onze schuld” (Mat. 6:12), terwijl we die schuld ondertussen niet écht los willen laten. Het erkennen van deze schuld komt namelijk met een prijs. Dan moeten we gaan betalen wat eerlijke boodschappen écht kosten. Dan kan ik sommige producten misschien wel niet meer kopen. Misschien omdat de producten te duur worden, of omdat ik de echte prijs niet meer door de ander wil laten betalen. Dan blijkt dat ik de Heere Jezus ook als Zaligmaker nodig heb voor wie ik ben als consument. De schuld waar wij van bekeerd moeten worden, is ook dat we willen blijven profiteren van wereldwijd onrecht. We moeten ook bekeerd worden in onze portemonnee.
Tot nu toe ging het over God die mensen hoort. Maar daar stopt het niet. Hij hoort ook dat de hele schepping zucht en verlangt naar de openbaarwording van de kinderen van God. En dan is er iets wat ik heel wonderlijk vind. God weet wat Hij eenmaal zal horen. Hij zal straks horen: mensen uit álle volken, stammen, talen en naties. Mensen die met luide stem roepen: “De zaligheid is van onze God, Die op de troon zit, en van het Lam!” (Openbaring 7:10). Mensen uit alle talen zullen daar dan zijn. Mensen die in elke taal gezamenlijk hebben ontdekt waar de dichter in Psalm 116 heel persoonlijk over begon te zingen: dat God hoort, betekent dat Hij redt! De lof wordt Hem toegebracht omdat zij Hem hebben leren kennen als dé God van Wie de zaligheid is. Dé God Die regeert, en Zijn Zoon als het Lam dat met Zijn leven voor hun zonden heeft geboet.
In het boek Handelingen horen we er al iets van hoe mensen uit alle volken, stammen, naties en talen worden aangesproken. Hoe zij zijn gaan horen en zijn gaan bidden. En dat gaat door tot op de dag van vandaag. Het bijbelvertaalwerk van broeder André Kamphuis en het zendingswerk van de familie Mol maken ons er getuige van. Volken en talen worden gekerstend. Woorden die vroeger nooit zijn gebruikt om dragers van het Evangelie te zijn, worden dat nu wel. God draagt die talen als een gewaad om Zichzelf te openbaren. En dat doet Hij naar de belofte van Christus dat in de hele wereld het Evangelie zal klinken. Waar Zijn kinderen ook wonen, in Tanzania, Thailand of Nederland, eenmaal zal de lof Hem in elke taal worden toegebracht. God zal het horen.
Dat God hoort, is pure genade. Want Hij hoort naar mensen die vaak niet zo goed willen luisteren en die soms ook niet zo goed kunnen bidden. Maar Hij hoort ons toch. En Hij wil ons door Zijn Geest vernieuwen, opdat we niet langer doof zullen zijn, maar echt horend. Want naar alles wat God hoort, moeten wij nu ook leren luisteren. Niet omdat wij de wereld dan kunnen redden, dat kunnen we niet. Onze schuld is groter en de gebrokenheid is dieper. De reden gaat verder. We leren luisteren, als Christus naar de Vader en naar de wereld in nood.
Dan gaan er twee dingen gebeuren. We worden dankbaarder voor het mooie en het goede dat we horen. Voor een kinderstem die door de kerkzaal galmt en God de lof brengt. Voor de stilte van vrienden die bij elkaar kunnen zijn zonder wat te zeggen. Voor het Evangelie dat we als goed nieuws leren verstaan. Voor de wet waarmee God richting wijst. Maar we gaan tegelijkertijd ook meer lijden. Lijden onder het gekerm van de wereld, omdat noise-canceling voor een christen geen optie meer is. Lijden onder de goddeloosheid en onder de spot. We horen de zuchten om ons heen en ontdekken: “Zo kan het toch niet blijven gaan?!”
Als we dat meer en meer gaan horen, dan zullen we ook meer gaan spreken. Want wat ik hoor, daarmee wek ik de ander door de Geest op: “Kom! En laat hij die het hoort, zeggen: Kom!” (Openbaring. 22:17). Om uiteindelijk samen te pleiten op dat wat wordt beloofd: “Ja, kom, Heere Jezus!” (Openbaring 22:20). Dat gebed wordt (wereldwijd en in steeds meer talen) door Hem gehoord. Niet als leeg gestamel, maar omdat Hij Zijn oor naar ons toe neigt, als een offer van dankzegging. Hij neigt Zijn oor en dat opent de toekomst voor geliefde kinderen.
| zondag 12 juli 2026 | |
| Psalm van de week | |
| Collecten | |
| Kerkdienst, ds. J.J.G. den Boer (Ede) | 10:00 |
| Kerkdienst, ds. J.J.G. den Boer (Ede) | 16:30 |