Logo cgkede.nl
04
Komende uitzendingen
zo 26-04-2026 10:00
Kerkdienst
Afbeelding Algemeen
Voorganger:
ds. J.J.G. den Boer (Ede)
Organist:
J. Mateman
zo 26-04-2026 16:30
Kerkdienst
Afbeelding Algemeen
Voorganger:
ds. J.J.G. den Boer (Ede)
Organist:
A. Mateman
zo 03-05-2026 10:00
Kerkdienst
Afbeelding Algemeen
Voorganger:
ds. H.H. Klomp (Veenendaal)
Organist:
A. Vierbergen
Uitzending gemist?
zo 19-04-2026 16:30
Kerkdienst
Afbeelding Algemeen
Voorganger:
ds. J.J.G. den Boer (Ede)
Thema: Gebedsonderwijs van een krui...
Organist:
G. van Bruksvoort
zo 19-04-2026 10:00
Kerkdienst
Afbeelding Algemeen
Voorganger:
ds. J.J.G. den Boer (Ede)
Thema: Een open einde
Organist:
J. Mateman




Meditatie Verbondstrouw

Auteur: ds. C.P. de Boer
Opgenomen in In de Voorhof van maart 2026


Vertrouwen is toevertrouwen
Psalm 37

Gods verbond bestaat uit plichten en beloften. Enerzijds de plicht om de Heere lief te hebben met een volkomen hart, met heel mijn verstand en alle krachten. Anderzijds Gods belofte waarin de Heere mij een nieuw hart toezegt, dat Hem volkomen kan en wil liefhebben. Dit toe-eigenen van Gods verbond gebeurt in de weg van wedergeboorte, geloof en bekering. Of om het in oudtestamentische woorden te zeggen: wanneer God Zijn wet in mijn binnenste schrijft.
Deze overeenstemming met Gods wil bewerkt een kinderlijk vertrouwen op God. Het geloof vertrouwt God, ook al lijkt alles daarmee in tegenspraak. Maar het geloof rekent niet met mensen dan wel omstandigheden, het rekent op God Die de vrijheid heeft om op Zijn tijd en wijze Zijn beloften te vervullen. De zekerheid dat God Zijn beloften vervult, stelt het geloof nooit ter discussie.

Wanneer dat vertrouwen wordt beoefend, vertrouwt de gelovige God. Hij heeft aan God genoeg; de rest is aan Hem. Wel kan de gelovige worstelen met of zelfs twijfelen aan de tijd en wijze waarop God Zijn toezeggingen aan Zijn kinderen nakomt. Dan dreigt de twijfel de overhand te krijgen en begint het vertrouwen in God te wankelen. In Psalm 37 betekent vertrouwen toevertrouwen. Hij die God vertrouwt, verlaat zich op Hem (vers 3 en 5) en vertrouwt het oordeel over de goddelozen toe aan God; God zal het doen (vers 5). Hoe en wanneer Hij richt, is aan Hem. Mijn roeping hier en nu is in vertrouwen op Hem het goede doen (vers 3). Goed doen in de betekenis van trouw zijn aan God, betrouwbaar zijn ten opzichte van mijn naaste (vers 26), de aarde bewonen en mij door haar laten voeden (vers 3). Wie zo leeft, verblijdt zich in de Heere en wordt door Hem gezegend (vers 4).
Op Gods tijd komt de goddeloze onderweg door het leven om (vers 20), de weg van de rechtvaardige loopt uit op het beërven (vers 9, 11, 22, 29, en 34) en bewonen van het land (vers 3, 27 en 29). God roeit de goddeloze uit en snijdt hem af van het land der levenden (vers 9, 22, 28, 34 en 38). Tussen de vele beloften voor de rechtvaardigen die Psalm 37 telt, keert de belofte van het beërven van het land met regelmaat terug (vers 9, 22, 28, 34 en 38). In navolging van Abraham beërft de rechtvaardige het door God beloofde land (vgl. Gen. 15:7). Het motief van het land beërven door God te vrezen en gerechtigheid te betrachten behoort tot het hart van het verbond (vgl. Deut. 8:7 e.v. 11:9 e.v.). Psalm 37 veronderstelt dat het volk Israël het beloofde land bewoont.

De gave van dat beloofde land wordt niet voorgesteld als een beloning voor de rechtvaardige. Integendeel, hij bewoont het beloofde land Israël, maar zie hoe binnen dat land de goddeloze leeft alsof niet God, maar hij de rechtmatige eigenaar is. Voor alle duidelijkheid: die goddeloze is geen heiden, maar een verbondskind. Levend binnen Gods verbond, leeft hij alsof er geen God, gebod en belofte is. Daarom heet hij godloos.
Psalm 37 laat zien hoe binnen het beloofde land twee verschillende mensen leven, de rechtvaardige en de goddeloze. De eerste beërft van God het beloofde land als een eeuwige bezitting, de goddeloze daarentegen roeit God in het beloofde land uit. Hij heeft het recht op het leven verspeeld, omdat hij Gods verbond veracht.

Psalm 37 verwoordt dus in oudtestamentische woorden dat Gods verbond tweeërlei kinderen kent: rechtvaardigen en goddelozen. Die ernstige werkelijkheid geldt ook binnen de nieuwtestamentische gemeente, ook vandaag, zo onderwijst Jezus aan de hand van Psalm 37. Jezus opent de Bergrede met tien uitspraken, de zogenaamde zaligsprekingen. De derde zaligspreking is een letterlijk citaat van Psalm 37:11 (Matt. 5:5). Deze rede houdt Jezus in het land Israël tot het verbondsvolk. Alleen de zachtmoedigen onder hen zijn zalig. Zij die dit niet willen zijn, verspelen hun recht op de vervulling van Gods beloften en komen om.